In this article
Wie gaat sporten, maakt al snel een keuze die soms meer uitmaakt dan welke sport het precies wordt: doe je het samen met een team, of op je eentje? Een zaterdag op het hockeyveld en een avond hardlopen langs het water zijn twee heel verschillende ervaringen, ook als je er ongeveer even moe van wordt.
Er is geen goed of fout antwoord. Wel past het een vaak duidelijk beter bij je dan het ander, afhankelijk van je karakter, je agenda en wat je zoekt in sport. Dit artikel helpt je kiezen.
Wat een teamsport je geeft
- Vaste mensen om je heen. Je ziet elke week dezelfde gezichten. Voor veel mensen wordt het team na een tijdje net zo belangrijk als de sport zelf.
- Een stok achter de deur. Je gaat ook als je geen zin hebt, omdat anderen op je rekenen.
- Samen winnen en verliezen. Een overwinning met z'n allen voelt anders, en een slechte dag van jou wordt opgevangen door de rest.
- Een clubleven. Bij een vereniging horen vaak een kantine, toernooien, feestjes en vrijwilligerswerk. Fijn als je nieuw bent in een plaats of je kring wilt uitbreiden.
Bekende teamsporten in Nederland zijn onder meer voetbal, hockey, korfbal, volleybal, handbal en basketbal.
Waar een teamsport lastig kan zijn
- Vaste tijden. Trainingen staan op vaste avonden en wedstrijden in het weekend, inclusief uitwedstrijden. Wie in ploegendiensten werkt of veel reist, loopt daar snel tegenaan.
- Je bent afhankelijk van anderen. Van de trainer, van het niveau van je team, van de vraag of er genoeg mensen komen.
- Instappen op latere leeftijd kan lastig voelen. Teams bestaan vaak al jaren en het niveau ligt soms hoog. Gelukkig hebben veel clubs recreatieve teams of instapgroepen.
- Verplichtingen naast het sporten. Bardiensten, rijden naar uitwedstrijden, fluiten: het hoort erbij, maar het kost tijd.
Wat een individuele sport je geeft
- Vrijheid. Je bepaalt zelf wanneer, hoe lang en hoe hard je sport. Hardlopen om zes uur 's ochtends of zwemmen in je lunchpauze: het kan allemaal.
- Je eigen tempo. Je vergelijkt jezelf vooral met jezelf. Vooruitgang is goed te meten, in tijd, afstand of gewicht.
- Rust in je hoofd. Veel mensen gebruiken een rondje lopen, fietsen of zwemmen juist om even alleen te zijn.
- Makkelijk te combineren met werk, gezin en reizen.
Voorbeelden zijn hardlopen, zwemmen, fitness, wielrennen, yoga en klimmen, maar ook tennis of judo, waarin je wel een tegenstander hebt maar geen team.
Waar een individuele sport tegenvalt
- Afzeggen is makkelijk. Niemand merkt het als je niet gaat. Daardoor haken mensen bij individuele sporten vaak stilletjes af.
- Het kan eenzaam zijn, zeker in de winter als het vroeg donker is.
- Je moet zelf de kennis halen. Schema's, techniek, opbouw: zonder begeleiding loop je eerder het risico dat je te snel te veel doet.
Naast elkaar gezet
| Kenmerk | Teamsport | Individuele sport |
|---|---|---|
| Vrijheid in tijden | Weinig | Veel |
| Sociale contacten | Veel, ze komen vanzelf | Wisselend, vraagt meer moeite |
| Motivatie van buitenaf | Groot | Klein, tenzij je in een groep traint |
| Instappen | Hangt af van team en niveau | Kan meestal meteen |
| Kosten | Meestal contributie bij een vereniging | Van bijna gratis tot een duur abonnement |
Twijfel je vooral over het verschil tussen een club en een sportschool, lees dan ook Vereniging of sportschool.
Het beste van twee werelden
Veel sporten zitten ergens tussenin. Een paar voorbeelden:
- Racketsporten zoals padel, tennis en badminton. Je speelt vaak dubbel, met een vaste partner of met wisselende mensen, maar je bent niet afhankelijk van een heel team.
- Hardlopen bij een loopgroep of atletiekvereniging. Een individuele sport, maar met vaste trainingen en mensen die op je wachten.
- Roeien. In een ploegboot moet iedereen precies in hetzelfde ritme bewegen. Dat is misschien wel meer teamwerk dan bij veel balsporten.
- Groepslessen in een sportschool of studio, zoals spinning, yoga of bootcamp. Je doet je eigen ding, maar samen en op vaste tijden.
- Vechtsporten. Je staat alleen op de mat, maar je traint in een groep die vaak hecht is.
Twijfel je, dan is zo'n tussenvorm een goede manier om uit te vinden wat je het meest aanspreekt.
Vijf vragen om jezelf te stellen
- Waarom wil je sporten? Voor contact met anderen, om je hoofd leeg te maken, om fitter te worden of om te presteren?
- Hoe ziet je week eruit? Kun je elke week op dezelfde avonden, en ook in het weekend?
- Hoe ga je om met verplichtingen? Motiveert het je als anderen op je rekenen, of voelt dat als druk?
- Wat deed je vroeger graag? Een sport waar je als kind plezier in had, kan een goed vertrekpunt zijn, ook al is het jaren geleden.
- Hoe houd je dingen vol? Ben je iemand die op eigen kracht blijft gaan, of heb je anderen nodig om in beweging te blijven?
Meer hulp bij het kiezen vind je in Welke sport past bij mij? en in de keuzehulp. Daar kun je ook de sportroulette laten draaien als je gewoon eens iets nieuws wilt proberen.
En voor kinderen?
Voor kinderen gelden grotendeels dezelfde afwegingen. In een team oefenen ze met samenwerken en met samen winnen en verliezen, en dat spreekt veel kinderen aan. Tegelijk is niet elk kind een teamspeler, en dat is prima. Een kind dat zich in een groot team verliest, bloeit soms op bij zwemmen, turnen of een vechtsport, en andersom. Kijk vooral naar wat je kind zelf leuk vindt en laat het een paar dingen proberen. Meer daarover lees je in Welke sport past bij je kind?
Gewoon uitproberen
De beste manier om erachter te komen wat bij je past, is het proberen. Veel verenigingen laten je een paar keer meetrainen, en sportscholen en studio's hebben vaak een proefles. Plan bijvoorbeeld in één maand een paar proeftrainingen bij een team en een paar weken zelfstandig sporten, en kijk waar je daarna het meeste zin in hebt.
En bedenk: de keuze ligt niet voor altijd vast. Veel mensen doen jarenlang een teamsport en stappen later over op iets wat ze alleen kunnen doen, of andersom. Anderen combineren het: een vaste teamavond en daarnaast een rondje hardlopen wanneer het uitkomt. Wil je als volwassene weer in een team spelen, dan laat Voetballen als volwassene zien hoeveel instapvormen er tegenwoordig zijn.
Verder zoeken
Via het aanbod en de kaart zie je welke verenigingen, sportscholen en andere aanbieders er bij jou in de buurt zitten. Weet je al welke sport je wilt proberen, dan vind je op de sportpagina's, zoals korfbal, volleybal of hardlopen, aanbieders per sport. Een proefles of proeftraining regel je daarna bij de aanbieder zelf.


