In this article
Boogschieten heeft iets wat je bij weinig andere sporten vindt: volledige concentratie op één ding. Je staat stil, ademt rustig, spant de boog en laat los. Wat er daarna gebeurt, zie je een fractie van een seconde later in de roos. Of ernaast.
Het is een sport voor mensen die van precisie houden, die het fijn vinden om op hun eigen tempo beter te worden en die rust zoeken in plaats van drukte. In dit artikel lees je hoe je begint, welke soorten bogen er zijn en wat je kunt verwachten bij een vereniging.
Waarom mensen gaan boogschieten
Boogschutters noemen vaak dezelfde redenen. Je bent even helemaal weg uit je hoofd, omdat je aandacht volledig bij je houding en je schot moet zijn. Je kunt het alleen doen, maar wel in gezelschap op de baan. En je vooruitgang is meetbaar: je ziet je scores langzaam omhoog gaan.
Het is ook een sport die je lang kunt volhouden. Jongeren, volwassenen en ouderen schieten op dezelfde baan, en niet zelden op een vergelijkbaar niveau. Kracht en conditie spelen een rol, maar techniek en concentratie zijn belangrijker.
Wil je meer weten over sporten die helpen om tot rust te komen, lees dan ook bewegen tegen stress.
Welke boog past bij jou?
Er zijn verschillende soorten bogen, elk met een eigen karakter. Bij een beginnerscursus schiet je bijna altijd eerst met een eenvoudige recurveboog.
- Recurve. De boog die je bij de Olympische Spelen ziet. De uiteinden buigen van je af, wat de boog extra kracht geeft. Op hoger niveau komen er een vizier en stabilisatoren bij.
- Barebow. Een recurve zonder vizier en zonder lange stabilisatoren. Je richt op gevoel en met vaste referentiepunten. Populair bij mensen die het 'pure' schieten zoeken.
- Compound. Een boog met wieltjes aan de uiteinden en een systeem van kabels. Daardoor hoef je bij volle trekking minder kracht vast te houden. Compoundschutters schieten met een vizier en meestal met een mechanisch lossingshulpmiddel, en halen vaak hoge scores.
- Longbow en traditionele bogen. Eenvoudige, vaak houten bogen zonder hulpmiddelen. Dichter bij de oorsprong van het boogschieten, en voor veel schutters juist daarom aantrekkelijk.
Je hoeft niet meteen te kiezen. De meeste mensen schieten eerst een tijdje met de clubbogen en ontdekken zo vanzelf wat ze het leukst vinden.
Binnen, buiten en in het bos
Boogschieten kent verschillende disciplines:
- Doelschieten buiten. Op ronde schijven met gekleurde ringen, op afstanden die kunnen oplopen tot 70 meter voor recurve op olympisch niveau. Meestal in het voorjaar en de zomer.
- Indoorschieten. In de winter verhuizen veel verenigingen naar een zaal of overdekte baan. De standaardafstand is daar 18 meter, op een kleinere schijf.
- Veldschieten. Op een parcours door een natuurlijk terrein, op schijven op verschillende en soms onbekende afstanden.
- 3D-schieten. Op schuimrubberen figuren van dieren, opgesteld in een bos of op een parcours. Geliefd bij schutters met traditionele bogen.
In het zuiden van Nederland kent handboogschieten daarnaast een lange traditie bij gilden en schutterijen, met eigen schietvormen en gebruiken.
Veiligheid gaat voor alles
Een boog is geen speelgoed. Daarom zijn de regels op een baan streng, en dat merk je vanaf je eerste les. De belangrijkste:
- Je richt een boog met pijl nooit op iets anders dan het doel.
- Je spant de boog alleen op de schietlijn, in de richting van de doelen.
- Je schiet alleen als er toestemming is gegeven, vaak met een fluitsignaal van de baanleider.
- Pijlen ophalen doe je pas als iedereen klaar is en daar het sein voor is gegeven.
- Bij twijfel of gevaar roept of fluit iemand, en stopt iedereen direct.
Die regels geven structuur. Na een paar keer gaan ze vanzelf, en ze zorgen ervoor dat boogschieten een veilige sport is.
Hoe een beginnerscursus eruitziet
De meeste verenigingen laten nieuwe leden starten met een beginnerscursus van een aantal lessen. Je krijgt een boog en pijlen van de club te leen, plus een armbeschermer en een vingertab: een stukje leer of kunststof dat je vingers beschermt tegen de pees.
In de eerste les leer je meestal:
- welk oog je dominante oog is, want dat bepaalt of je een boog voor links of rechts nodig hebt;
- hoe je staat, met je zijkant naar het doel;
- hoe je de pees naar je gezicht trekt en daar steeds hetzelfde 'ankerpunt' vindt;
- hoe je rustig loslaat zonder aan de pees te trekken.
Je begint op korte afstand, zodat je vooral bezig bent met de beweging en niet met missen. Pas als die beweging goed gaat, gaat de afstand omhoog.
Een cursus is ook een goed moment om te kijken of de vereniging bij je past. Hoe is de sfeer, op welke tijden kun je schieten, zijn er mensen van je eigen niveau? Meer tips voor een eerste kennismaking lees je in je eerste proefles.
Je eerste eigen boog: niet te snel
Na een cursus is de verleiding groot om meteen een eigen boog te kopen. Doe dat niet te haastig. Veel verenigingen hebben clubmateriaal dat je na de cursus nog een tijd kunt gebruiken, en ervaren leden helpen je graag bij het kiezen.
Let bij aanschaf vooral op het trekgewicht, uitgedrukt in ponden. Beginners kiezen een laag trekgewicht. Een te zware boog maakt je techniek slechter en belast je schouders onnodig. Een goede beginnersboog heeft vaak losse werparmen, zodat je later zwaardere armen kunt kopen zonder de hele boog te vervangen.
Ook pijlen moeten passen bij je boog en je treklengte. Laat je daarin adviseren door de club of door een gespecialiseerde winkel.
Wat kost het?
De kosten verschillen flink per vereniging en per type boog. Als ruwe indicatie:
| Kostenpost | Prijsindicatie |
|---|---|
| Beginnerscursus | ongeveer 40 tot 120 euro, materiaal vaak inbegrepen |
| Contributie volwassenen | ongeveer 100 tot 250 euro per jaar |
| Contributie jeugd | meestal lager dan voor volwassenen |
| Eenvoudige recurveset voor beginners | ongeveer 150 tot 400 euro |
| Kleine accessoires (armbeschermer, vingertab, koker) | samen ongeveer 30 tot 80 euro |
Pijlen gaan af en toe kapot of raken kwijt; houd daar rekening mee. Een eenvoudige proefles of een workshop bij een recreatieve aanbieder is vaak een goedkope manier om te ontdekken of je het leuk vindt.
Je lichaam en je leeftijd
Boogschieten ziet er rustig uit, maar het vraagt wel iets van je lichaam. Je schouders, bovenrug en armen doen het werk, steeds op dezelfde manier. Een goede houding en een niet te zwaar trekgewicht zijn daarom belangrijk. Heb je schouderklachten, of twijfel je of het voor jou verstandig is, overleg dan met je huisarts of fysiotherapeut.
Kinderen kunnen vaak vanaf een jaar of acht à tien beginnen, afhankelijk van de vereniging. Er zijn speciale jeugdbogen met een laag trekgewicht. Ook voor mensen met een beperking is boogschieten goed toegankelijk; je kunt bijvoorbeeld vanuit een rolstoel schieten. Meer daarover lees je in sporten met een beperking.
Een vereniging zoeken
Verenigingen zijn in Nederland vaak aangesloten bij de NHB, de Nederlandse Handboog Bond. Handboogverenigingen en andere aanbieders in jouw buurt vind je op de pagina over boogschieten, of via het aanbod.
Vraag naar de startdatum van de volgende beginnerscursus en of je eerst een keer mag komen kijken. Aanmelden doe je bij de vereniging zelf. Twijfel je nog of een rustige, individuele sport bij je past, dan helpt welke sport past bij mij je verder.


