In dit artikel
Beginnen met sporten is voor veel mensen niet eens het moeilijkste. Een nieuw abonnement, nieuwe schoenen, een eerste les: dat geeft energie. Het lastige moment komt meestal later. Na een week of zes, als de nieuwigheid eraf is, het werk drukker wordt of het buiten vroeg donker is. Dan blijkt of sporten echt een plek in je week heeft gekregen.
Dat het je eerder niet lukte om vol te houden, zegt weinig over je karakter. Meestal zat het in de aanpak. En die kun je veranderen.
Motivatie is een wankel fundament
Veel mensen wachten tot ze zin hebben. Op de dagen dat de zin er is, gaat het prima. Maar zin is grillig. Een slechte nacht, een vervelende dag of regen tegen het raam, en hij is weg.
Mensen die jarenlang blijven sporten, hebben echt niet elke keer zin. Het verschil is dat ze de keuze niet steeds opnieuw maken. Dinsdagavond is gewoon trainingsavond, zoals tandenpoetsen bij het slapengaan hoort. Daar denk je ook niet over na.
Daar werk je naartoe: sporten als iets wat je gewoon doet, niet als iets waarover je elke keer moet beslissen.
Waarom mensen afhaken
Het helpt om te weten waar het vaak misgaat. Herken je jezelf in een van deze punten, dan weet je meteen waar je iets kunt veranderen.
- Te veel, te snel. Vier keer per week vol gas is vol te houden zolang het enthousiasme groot is. Daarna voelt elke gemiste training als falen.
- De verkeerde sport. Je koos iets omdat het gezond is of omdat een collega het doet, niet omdat je het zelf leuk vindt.
- Het verkeerde moment. Om zes uur 's ochtends trainen klinkt goed, maar past niet bij iedereen.
- Te veel gedoe. Een lange reistijd, steeds je spullen bij elkaar zoeken, een volle zaal. Kleine drempels tellen op.
- Geen zichtbare vooruitgang. Na een snelle start gaat het langzamer en lijkt het alsof het niets meer oplevert.
- Eén gemiste week wordt er vijf. Na een vakantie of griep komt het er gewoon niet meer van.
Kies iets wat je ook zonder discipline leuk vindt
De sport die je het makkelijkst volhoudt, is de sport waar je naar uitkijkt. Dat klinkt als een open deur, maar veel mensen kiezen iets wat ze vinden dat ze "zouden moeten" doen. Hardlopen omdat het goedkoop is, de sportschool omdat iedereen gaat, terwijl ze eigenlijk liever een balletje slaan of in een groep dansen.
Vraag jezelf af wat je vroeger leuk vond aan bewegen. Was het het spel, het samen iets doen, het buiten zijn of het jezelf uitdagen? Zoek iets wat daarop aansluit. In welke sport past bij mij staan vragen die je helpen kiezen. Weet je het echt niet, laat de keuzehulp je dan een paar ideeën geven.
Twijfel je tussen alleen en samen? Voor veel mensen werkt een team of vaste lesgroep beter dan alleen sporten. Je wordt gemist als je er niet bent, en juist het sociale deel maakt het vaak leuk.
Maak het makkelijk om te gaan
Hoe minder drempels, hoe vaker je gaat. Kijk eens kritisch naar alles wat tussen jou en je training in staat.
- Afstand. Een plek op tien minuten fietsen houd je langer vol dan een betere plek op een halfuur rijden. Op de kaart zie je wat er dicht bij huis of werk zit.
- Spullen. Zet je tas de avond ervoor klaar, of laat hem gewoon bij de deur staan. Wie eerst nog een bidon moet zoeken, vindt sneller een reden om thuis te blijven.
- Tijdstip. Kies een moment dat aansluit op iets wat al vastligt in je week, zoals direct na je werk of na het wegbrengen van de kinderen. Zo'n vast haakje vergeet je minder snel.
- Een concreet plan. Niet "ik ga deze week twee keer sporten", maar "dinsdag ga ik naar de les van half acht, en zaterdagochtend loop ik een rondje". Hoe specifieker, hoe groter de kans dat het gebeurt.
Doelen die helpen in plaats van ontmoedigen
Een doel geeft richting, maar het verkeerde doel werkt averechts. Doelen over uitkomsten, zoals een aantal kilo's of een snellere tijd, heb je maar deels zelf in de hand. Gaat het langzamer dan gehoopt, dan voelt dat als mislukken, ook als je het eigenlijk prima doet.
Doelen over wat je doet, heb je wel zelf in de hand. Een combinatie van verschillende soorten doelen werkt vaak het best.
| Soort doel | Voorbeeld | Waarom het helpt |
|---|---|---|
| Gedrag | Acht weken lang twee keer per week trainen | Je kunt het elke week afvinken |
| Vaardigheid | Een nieuwe slag of techniek onder de knie krijgen | Je merkt vooruitgang, ook als je conditie even stilstaat |
| Ervaring | Meedoen aan een loopje of toernooi | Je hebt een datum om naartoe te werken |
| Gevoel | Minder stijf zijn, makkelijker de trap op | Je merkt het in je dagelijks leven |
Een inschrijving voor een recreatief loopje of clubtoernooi maakt van "ooit" een datum in je agenda, en dat is een flinke stok achter de deur. Hoe je dat aanpakt, lees je in je eerste wedstrijd.
Plan vooruit voor de lastige periodes
Elk jaar kent periodes waarin sporten onder druk komt te staan: de feestdagen, de zomervakantie, een drukke tijd op je werk, een griepje. Die periodes komen hoe dan ook. Het verschil zit in wat je daarna doet.
Een paar afspraken met jezelf die helpen:
- Twee keer missen is de grens. Eén training overslaan is geen probleem. Heb je er twee gemist, dan ga je de volgende keer hoe dan ook, al is het maar kort.
- Vakantie is geen nul. Je hoeft op vakantie niet te trainen, maar een wandeling, een duik of een fietstocht houdt het ritme vast.
- Na ziekte rustig herstarten. Begin na een griep of verkoudheid met een lichtere training en bouw weer op. Twijfel je of je al kunt sporten, of houden klachten aan, overleg dan met je huisarts.
- Een winter- en een zomerversie. Wie buiten sport, kan in de donkere maanden afwisselen met iets binnen.
Gaat het steeds mis omdat je week te vol zit, kijk dan eens naar sporten met een drukke agenda. Lag je er al langer uit en wil je opnieuw beginnen, dan helpt weer beginnen met sporten je met de opbouw.
Als de vooruitgang stilvalt
In de eerste maanden ga je vaak snel vooruit. Daarna vlakt dat af. Dat is normaal en geen teken dat je iets verkeerd doet, maar het kan wel demotiveren.
Een paar manieren om er weer beweging in te krijgen:
- Verander iets. Een andere training, een andere afstand, een nieuwe oefening of een ander tijdstip. Nieuwe prikkels houden het voor je lichaam en je hoofd interessant.
- Laat je helpen. Een paar lessen of een gesprek met een trainer kan laten zien waar je nog kunt groeien.
- Kijk verder terug. Vergelijk jezelf niet met vorige week, maar met een halfjaar geleden. Dan zie je meestal wel verschil.
Stoppen mag ook
Volhouden betekent niet dat je voor altijd bij dezelfde sport moet blijven. Merk je na een paar maanden eerlijk proberen dat je er elke keer tegenop ziet, dan is dat nuttige informatie. Misschien past de sport niet bij je, of de club, of het tijdstip.
Overstappen naar iets anders is dan geen opgeven, maar bijsturen. Waar het om gaat, is dat je blijft bewegen, niet waarmee.
Pijn is wel een reden om op te letten. Gaat sporten steeds gepaard met pijn die niet overgaat, laat dat dan nakijken door je huisarts of fysiotherapeut in plaats van door te bijten.
Een plek die je wilt blijven bezoeken
Wil je iets nieuws proberen, of zoek je een plek dichter bij huis? Bekijk dan het aanbod bij jou in de buurt en bewaar wat je aanspreekt als favoriet. Veel aanbieders hebben een proefles, zodat je kunt voelen of het klikt voordat je je ergens aan verbindt.


