In dit artikel
Volleybal heeft iets bijzonders. Je speelt samen in een team, maar je komt nooit in aanraking met de tegenstander, want het net zit ertussen. Dat maakt het een stuk minder ruw dan veel andere balsporten, en het is een sport die veel mensen tot op latere leeftijd blijven spelen. Tegelijk is volleybal technischer dan het lijkt. Wie het nooit gedaan heeft, merkt bij de eerste training al dat een bal netjes naar een medespeler spelen best lastig is.
Hier lees je hoe het spel werkt, wat het verschil is tussen zaal- en beachvolleybal, wat je nodig hebt en hoe je instapt zonder meteen in een team te belanden dat te sterk voor je is.
Het spel in het kort
Bij zaalvolleybal spelen twee teams van zes spelers tegen elkaar, met een net ertussen. Het doel is simpel: de bal zo over het net spelen dat hij aan de andere kant de grond raakt, of dat de tegenstander hem niet goed terug kan spelen.
De belangrijkste regels:
- Je team mag de bal maximaal drie keer raken voordat hij over het net moet. Een blok telt daarbij niet mee.
- Een speler mag de bal niet twee keer achter elkaar raken.
- Elke rally levert een punt op, ongeacht wie er serveerde.
- Officieel speel je sets tot 25 punten, met minimaal twee punten verschil. Wie als eerste drie sets wint, wint de wedstrijd; een eventuele vijfde set gaat tot 15. In recreatieve competities wordt de telling soms aangepast.
- Als je team de opslag terugwint, schuiven alle spelers een plek door. Zo komt iedereen op elke positie, voorin en achterin.
Een aanval bestaat meestal uit drie stappen: de pass (de bal opvangen, vaak onderhands), de set-up (de spelverdeler speelt de bal hoog voor het net) en de aanval of smash. Veel teams hebben ook een libero: een verdedigende specialist in een afwijkend shirt die alleen achterin speelt.
Het net hangt in officiële wedstrijden voor mannen op 2,43 meter en voor vrouwen op 2,24 meter. Dat klinkt hoog, en dat is het ook, maar als beginner ben je de eerste maanden vooral bezig met goed leren passen.
Volleybal is een echte teamsport: je kunt niets alleen. Twijfel je of dat bij je past, lees dan eerst Teamsport of individuele sport: wat past bij jou?
Zaal of zand?
Zaalvolleybal
De meeste verenigingen spelen in de sporthal, met een seizoen dat grofweg van september tot het voorjaar loopt. Je traint een of twee keer per week en speelt wedstrijden in een competitie. De officiële competities worden in Nederland georganiseerd door de Nevobo, de Nederlandse volleybalbond. Naast prestatieteams hebben veel clubs recreantenteams, die vaak op een doordeweekse avond spelen en waar gezelligheid en meedoen voorop staan. Ook gemengde teams komen veel voor.
Beachvolleybal
Op het zand speel je officieel twee tegen twee, recreatief ook vaak met drie of vier spelers per kant. Er zijn geen vaste posities: iedereen moet alles kunnen, van passen tot aanvallen. Lopen en springen in mul zand is zwaar, dus beachvolleybal is fysiek pittig. Een duik naar de bal doet in het zand wel minder pijn dan op een sporthalvloer.
Officieel gaan sets tot 21 punten en speel je om twee gewonnen sets, met een beslissende derde set tot 15. Buiten speel je in Nederland vooral in de zomer, op het strand of op velden bij verenigingen. Er zijn ook overdekte beachhallen waar je het hele jaar terechtkunt en waar je vaak per uur een veld kunt huren met een groepje.
| Kenmerk | Zaalvolleybal | Beachvolleybal |
|---|---|---|
| Spelers per team | 6 | Officieel 2 |
| Ondergrond | Sporthalvloer | Zand |
| Seizoen | Vooral herfst tot voorjaar | Buiten vooral zomer, in een hal het hele jaar |
| Rollen | Vaste posities en specialisatie | Iedereen doet alles |
| Schoenen | Zaalschoenen | Blote voeten |
Wat heb je nodig?
- Zaalschoenen. Kies schoenen met goede grip en demping voor het springen. Hardloopschoenen geven te weinig steun bij zijwaartse bewegingen.
- Kniebeschermers. Niet verplicht, maar veel spelers dragen ze. Je gaat regelmatig door je knieën of op de grond om een bal te redden.
- Sportkleding. Voor trainingen draag je wat je fijn vindt; voor wedstrijden heeft de club meestal een tenue.
- Voor beach: zonnebrand, een pet of zonnebril, genoeg water en iets warms voor tussendoor. Schoenen heb je niet nodig.
Ballen en netten zijn er bij de club. Een eigen bal is handig als je buiten wilt oefenen, maar niet nodig om te beginnen.
Wat kost het?
De contributie bij een volleybalvereniging ligt voor volwassenen grofweg tussen 150 en 300 euro per jaar. Dat verschilt per club en plaats, en ook of je in een competitieteam of in een recreantengroep speelt. Soms komen er kosten bij voor een tenue. Bij veel clubs horen er ook taken bij, zoals tellen of fluiten bij wedstrijden van andere teams.
Beachvolleybal kan goedkoper zijn om mee te beginnen. Op het strand of in een park met een eigen net en bal kost het je niets, en bij een beachhal deel je de veldhuur met je medespelers. Wil je in de zomer bij een club trainen, dan betaal je meestal een bijdrage per seizoen. Bedragen verschillen sterk per aanbieder, dus vraag ze altijd vooraf na.
Instappen als beginner
In volleybal kan het niveauverschil groot zijn, en een sterke speler en een beginner in hetzelfde team is voor allebei niet leuk. Zoek daarom gericht naar plekken waar beginners welkom zijn:
- Beginnersgroepen of cursussen. Sommige clubs bieden een korte cursus of een aparte trainingsgroep voor mensen die nog nooit gespeeld hebben.
- Recreantenteams. Hier gaat het om plezier en meedoen. Vraag wel hoe hoog het niveau ligt; ook recreanten kunnen fanatiek zijn.
- Vrije speelavonden. Sommige verenigingen hebben avonden waarop je zonder vast team kunt aanschuiven.
Bij je eerste trainingen oefen je vooral de basis: onderhands passen, bovenhands spelen en de opslag. Reken erop dat je onderarmen de eerste weken rood worden of blauwe plekken krijgen van het onderhands passen. Dat went.
Vraag of je een paar keer vrijblijvend mag meetrainen; bij veel clubs kan dat. In Je eerste proefles lees je hoe je zo'n kennismaking goed aanpakt.
Blessures: waar moet je op letten?
Volleybal heeft weinig contact met de tegenstander, maar blessurevrij is het niet. Bekende probleemgebieden zijn:
- enkels, vooral bij het landen na een sprong bij het net, als je op de voet van een andere speler terechtkomt;
- vingers, als de bal er verkeerd op komt bij blokkeren of bovenhands spelen;
- knieën, door het vele springen;
- schouders, door het herhaaldelijk smashen en opslaan.
Een goede warming-up, rustig opbouwen in het aantal trainingen en goede schoenen helpen. Heb je pijn die na een paar dagen niet weggaat, of twijfel je over je gezondheid, overleg dan met je huisarts of fysiotherapeut. Algemene tips vind je in Blessures voorkomen als (her)beginner.
Ook voor kinderen
Kinderen kunnen bij veel clubs al jong beginnen. Voor de jongste groepen wordt meestal een aangepaste vorm gespeeld, met minder spelers per team, een kleiner veld en een lager net, zodat ze de bal vaker raken en sneller succes hebben. Twijfel je welke sport bij je kind past, kijk dan in Welke sport past bij je kind?
Een club of beachveld zoeken
Op de volleybalpagina zie je verenigingen en aanbieders bij jou in de buurt, en via de kaart zie je snel wat er op fietsafstand ligt. Wil je breder kijken, dan vind je in het aanbod ook andere sporten. Aanmelden en meetrainen regel je bij de club zelf.


