In this article
Hockey is in Nederland een grote verenigingssport. Op zaterdag staan de velden vol jeugdteams, langs de lijn staan ouders en in de kantine is het druk. Veel mensen kennen hockey vooral als kindersport, maar ook als volwassene kun je er prima mee beginnen, zelfs als je nog nooit een stick hebt vastgehad.
Dit artikel legt uit hoe het spel werkt, hoe een club in elkaar zit, wat je nodig hebt en wat het ongeveer kost.
Het spel in het kort
Op het grote veld speel je elf tegen elf, inclusief een keeper. In Nederland gebeurt dat vrijwel altijd op kunstgras. De belangrijkste regels:
- Je mag de bal alleen raken met de platte kant van je stick. De bolle achterkant is niet toegestaan.
- Veldspelers mogen de bal niet met hun voet of lichaam spelen. Alleen de keeper mag dat, binnen de cirkel.
- Scoren kan alleen vanuit de cirkel, het halfronde gebied voor het doel.
- Gevaarlijk spel is niet toegestaan, zoals een hoge bal op iemand af of je stick hoog zwaaien in de buurt van anderen.
- Bij bepaalde overtredingen van de verdediging in of rond de cirkel krijgt de aanvallende ploeg een strafcorner: een vast spelmoment waarbij de bal vanaf de achterlijn wordt aangegeven en een deel van de verdedigers vanuit het doel komt aanrennen.
Hockey is snel en technisch. Je bent voortdurend bezig met de bal aannemen, meenemen en overspelen, terwijl je in een gebogen houding sprint. Dat is in het begin even wennen.
Hockey voor kinderen
Clubs die zijn aangesloten bij de KNHB, de Koninklijke Nederlandse Hockey Bond, hebben een jeugdafdeling die per leeftijd is ingedeeld. De jongste kinderen spelen op een klein veldje met weinig spelers en eenvoudige regels, zodat iedereen veel aan de bal komt. Naarmate ze ouder worden, wordt het veld groter en het aantal spelers hoger. Ergens rond hun twaalfde spelen ze op het hele veld, elf tegen elf.
Veel clubs hebben ook een instapprogramma voor de allerjongsten, waarin kinderen spelenderwijs met stick en bal leren omgaan voordat ze in een team gaan spelen.
Wat er van ouders wordt verwacht
Bij een hockeyclub ben je als ouder vaak meer betrokken dan je misschien verwacht:
- Rijden naar uitwedstrijden, op toerbeurt.
- Coachen of begeleiden. Jeugdteams worden vaak begeleid door ouders, als coach of als teammanager.
- Fluiten. Bij veel clubs wordt van leden en ouders verwacht dat ze jeugdwedstrijden leiden. Daar is meestal een korte cursus voor.
- Bardiensten of andere vrijwilligerstaken.
Dat hoort bij de cultuur van de sport en maakt veel clubs ook gezellig. Maar het kost tijd, dus vraag vooraf wat er van je verwacht wordt.
Wachtlijsten
Bij populaire clubs, vooral in en rond grote steden, is er voor sommige leeftijden een wachtlijst. Meld je kind dus op tijd aan en vraag naar de verwachte wachttijd. Soms is er bij een club iets verderop wel meteen plek.
Twijfel je of hockey de juiste keuze is voor je kind, lees dan welke sport past bij je kind.
Beginnen als volwassene
Nooit gehockeyd en al volwassen? Dan ben je niet de enige. Veel clubs hebben aanbod voor volwassen beginners en herintreders, en het komt vaak voor dat ouders van hockeykinderen zelf ook gaan spelen.
Bekende vormen:
- Trimhockey. Recreatief hockey voor volwassenen. Je traint meestal één keer per week en speelt onderlinge wedstrijden of in een lichte competitie. Het niveau is gemengd en de sfeer ontspannen. Een goede instap.
- Veteranenhockey. Competitie voor wat oudere spelers, vaak vanaf een jaar of dertig à vijfendertig. Veel veteranen hockeyen al jaren, dus vraag of er een team is dat beginners opneemt.
- Senioren. Het reguliere competitiehockey. Voor echte beginners meestal een flinke stap, al hebben sommige clubs lagere teams waar iedereen welkom is.
Hockey vraagt wel iets van je conditie en coördinatie: veel korte sprintjes, in een gebogen houding, met een bal die hard kan gaan. Begin rustig en bouw op. Weet je nog niet zeker of een teamsport bij je past? Lees dan teamsport of individuele sport.
Er is ook hockey voor mensen met een beperking. G-hockey is bedoeld voor spelers met een verstandelijke beperking, en verschillende clubs hebben daar teams voor. Meer over sportaanbod voor mensen met een beperking vind je in sporten met een beperking.
Wat heb je nodig?
- Een stick. Voor beginners volstaat een eenvoudige stick van hout of composiet met weinig carbon. Hoe meer carbon, hoe stijver en duurder; dat heb je in het begin niet nodig. Een veelgebruikte vuistregel voor de lengte: rechtop gezet komt de stick tot ongeveer je heupbot.
- Scheenbeschermers. Die draag je onder je kousen. Een harde bal of een stick tegen je scheen doet flink pijn.
- Een bitje. Beschermt je tanden en wordt sterk aangeraden. Veel clubs verwachten dat je het bij trainingen en wedstrijden draagt. Er zijn kant-en-klare bitjes en bitjes op maat via de tandarts.
- Schoenen. Hockeyschoenen of schoenen met een zool die geschikt is voor kunstgras. Voetbalschoenen met noppen zijn niet geschikt.
- Clubtenue. Shirt, broek of rok en kousen in de kleuren van de club. Meestal koop je die via de club.
Keepers hebben een uitgebreide en dure uitrusting nodig. Veel clubs hebben keepersspullen die ze uitlenen aan jeugdteams.
Wat kost hockey?
Hockeycontributies liggen vaak wat hoger dan bij andere teamsporten, onder meer door de kosten van de kunstgrasvelden. De bedragen hieronder zijn ruwe indicaties en verschillen sterk per club en regio.
| Kostenpost | Prijsindicatie |
|---|---|
| Contributie jeugd | ongeveer 150 tot 400 euro per jaar |
| Contributie senioren | ongeveer 200 tot 500 euro per jaar |
| Trimhockey | vaak lager dan een seniorenlidmaatschap |
| Eenmalig inschrijfgeld | bij sommige clubs |
| Stick voor beginners | ongeveer 25 tot 60 euro |
| Scheenbeschermers en bitje | samen ongeveer 20 tot 50 euro |
| Clubtenue | ongeveer 50 tot 100 euro |
| Hockeyschoenen | ongeveer 40 tot 100 euro |
Is de contributie een drempel? Voor kinderen kun je kijken naar het Jeugdfonds Sport & Cultuur, Stichting Leergeld of een regeling van je gemeente. Meer daarover lees je in sporten met weinig geld.
Veld en zaal
Het veldseizoen loopt grofweg van september tot in juni, met een winterpauze. In die winterperiode spelen veel teams zaalhockey in een sporthal. Dat is een eigen variant, met minder spelers, een kleiner veld en eigen regels; je mag de bal bijvoorbeeld niet slaan, alleen pushen. Zaalhockey is snel en technisch, en een mooie afwisseling in de koude maanden.
Blessures en veiligheid
Hockey is geen contactsport in de zin van duwen of tackelen, maar de bal is hard en er zwaaien sticks. Een tik op een enkel, hand of scheen hoort er een beetje bij. Daarom zijn scheenbeschermers en een bitje zo vanzelfsprekend. De gebogen speelhouding vraagt daarnaast veel van je onderrug en bovenbenen.
Warm goed op, doe aan het begin van het seizoen rustig aan en bouw je trainingen geleidelijk op. Twijfel je of heb je klachten, overleg dan met je huisarts of fysiotherapeut.
Een club vinden
Hockeyclubs in jouw buurt vind je via de pagina over hockey, of via de kaart als je wilt zien welke club het dichtst bij huis ligt.
Vraag bij een club of je eerst een paar keer mag meetrainen, en of er plek is in de leeftijdsgroep of het team dat bij je past. Inschrijven doe je bij de club zelf.


