In dit artikel
Vanaf de oever ziet roeien er bijna sereen uit: een smalle boot die stil over het water glijdt, roeiers die precies gelijk bewegen. In de boot is het een ander verhaal. Roeien vraagt kracht, uithoudingsvermogen en vooral techniek. Het is een sport waarin je jarenlang kunt blijven leren, en die je ook als volwassene nog prima kunt oppakken.
In Nederland roei je bijna altijd bij een vereniging. Wedstrijdboten zijn duur en kwetsbaar, en je hebt een plek nodig om ze op te slaan en het water op te gaan. In dit artikel lees je wat je kunt verwachten als je wilt beginnen.
Zo werkt een roeihaal
Veel mensen denken dat je bij roeien vooral met je armen trekt. Dat klopt niet: het grootste deel van de kracht komt uit je benen. Je zit op een bankje op wieltjes, de rolbank, en duwt jezelf met je benen naar achteren. Daarna komt je bovenlichaam mee, en pas aan het eind trekken je armen de riem naar je toe. Op de terugweg gaat het in omgekeerde volgorde: eerst je armen, dan je bovenlichaam, dan rol je met je benen weer naar voren.
Dat klinkt eenvoudig, maar het goed en ontspannen doen, in hetzelfde ritme als de anderen in de boot, kost tijd. Je zit bovendien in een smalle, wiebelige boot, met je rug naar de vaarrichting. Balans houden is in het begin de grootste uitdaging.
Scullen of boordroeien
Er zijn twee manieren van roeien:
- Scullen: je hebt twee riemen, in elke hand één. Dat kan alleen, in een skiff, of met meer mensen in één boot.
- Boordroeien: iedereen heeft één riem, die aan één kant van de boot uitsteekt. Dat doe je altijd met meerdere roeiers, bijvoorbeeld in een twee, vier of acht.
In grotere boten zit vaak een stuurman of stuurvrouw, die de boot stuurt en aanwijzingen geeft. Ook sturen is iets wat je kunt leren, en een mooie rol als je zelf wat minder kracht hebt.
Wedstrijdroeien en toerroeien
Bij wedstrijdroeien train je meerdere keren per week voor races over een vaste afstand. Bij toerroeien of recreatief roeien draait het om het varen zelf: tochten over rivieren, kanalen en meren, soms over lange afstanden. Veel verenigingen bieden allebei aan. Daarnaast bestaat sloeproeien, in grotere en stabielere boten, vaak met een vaste ploeg.
Beginnen: de instructieperiode
Vrijwel elke roeivereniging laat nieuwe leden starten met een beginnerscursus of instructieperiode. Daarin leer je onder meer:
- Hoe je veilig met boten en riemen omgaat, en hoe je een boot in en uit het water haalt.
- De basistechniek, vaak eerst in een brede, stabiele boot.
- Sturen, de vaarregels op het water en wat je doet bij harde wind of ander verkeer op het water.
Aan het eind volgt bij veel verenigingen een soort examen, waarna je zelfstandig in bepaalde boten mag roeien. Bij veel clubs heet dat 'afroeien'. Daarna kun je stap voor stap bevoegdheden halen voor andere boottypes.
De meeste verenigingen vragen dat je goed kunt zwemmen, soms met een zwemdiploma of een andere manier om dat aan te tonen. Omslaan gebeurt niet vaak, maar het kan. De landelijke roeibond is de KNRB.
Wat kost roeien?
Je hoeft geen boot te kopen; die zijn van de vereniging. Wel betaal je contributie, vaak eenmalig inschrijfgeld en soms een bijdrage voor de beginnerscursus.
| Onderdeel | Prijsindicatie |
|---|---|
| Contributie roeivereniging (volwassene) | ongeveer 20 tot 50 euro per maand |
| Inschrijfgeld | ongeveer 25 tot 100 euro, eenmalig |
| Kleding | eigen sportkleding volstaat in het begin |
Dit verschilt sterk per vereniging en plaats. Studentenroeiverenigingen en clubs met veel wedstrijdroeiers hanteren vaak andere tarieven, en ook tussen gewone verenigingen kan het verschil groot zijn. Vraag het dus na bij de club. Meer over de kosten van sporten in het algemeen lees je in wat kost sporten.
Over kleding: draag sportkleding die nauw aansluit. Een wijde broek of een los shirt kan achter de rolbank of de riem blijven haken. Neem in de koudere maanden laagjes mee, want op het water is het vaak kouder dan aan de kant.
Een vereniging is meer dan een sportclub
Roeiverenigingen draaien voor een groot deel op vrijwilligers. Als lid wordt meestal verwacht dat je een steentje bijdraagt, bijvoorbeeld door bardiensten te draaien, te helpen bij het onderhoud van de boten of in een commissie te zitten. Voor veel leden is dat juist een deel van het plezier: je leert snel mensen kennen en er is vaak een actieve sociale kant, met borrels, tochten en wedstrijden.
Wie liever alleen komt sporten en daarna weer vertrekt, moet hier wel even over nadenken. In vereniging of sportschool zetten we de verschillen op een rij.
Roeien is ook afhankelijk van het weer. Bij harde wind, mist, ijs of onweer gaat er niemand het water op. Veel verenigingen trainen in de winter daarom ook binnen, op de roeimachine. In roeitaal heet die vaak 'ergometer', of kortweg 'ergo'.
Is roeien iets voor jou?
Roeien is een veelzijdige sport. Je gebruikt je benen, rug en armen tegelijk en traint flink je conditie, zonder de harde stoten op je gewrichten die je bij hardlopen hebt. Het is ook een sport waarin samenwerken centraal staat. In een ploeg ben je op elkaar aangewezen, en als het ritme klopt, voelt dat heel goed.
Er zijn ook minpunten:
- De techniek kost tijd. In het begin kan het frustrerend zijn dat het niet soepel gaat.
- Je rug vraagt aandacht. Met een goede techniek is roeien goed te doen, maar slordig roeien kan je onderrug belasten. Luister naar je instructeur en ga bij aanhoudende klachten naar je huisarts of fysiotherapeut.
- Blaren. Je handen moeten wennen aan de riemen. Blaren in de eerste weken horen er bijna bij.
- Vaste tijden. Je bent gebonden aan je ploeg, de planning van de boten en vaak ook aan daglicht.
Wil je liever op eigen houtje het water op? Kijk dan ook eens naar zeilen, kanoën en suppen, waar je vaker zelfstandig kunt varen.
Verder zoeken
Roeiverenigingen in de buurt vind je op de pagina roeien, of via het aanbod en de kaart. Wanneer de volgende beginnerscursus start, staat meestal op de website van de vereniging zelf.
Wil je ook andere sporten overwegen? De keuzehulp geeft je ideeën die bij je passen.


