In dit artikel
Wie voor het eerst een handbalwedstrijd ziet, valt meestal twee dingen op: het tempo en het contact. De bal gaat razendsnel van hand tot hand, aanvallers springen hoog boven de verdediging uit om te schieten en verdedigers zetten hun lichaam stevig neer. Het is een sport waarin veel gebeurt op een klein veld.
Handbal wordt in Nederland vooral in de sporthal gespeeld, bij verenigingen die zijn aangesloten bij het NHV, het Nederlands Handbal Verbond. In dit artikel lees je hoe het spel werkt, welke rol je in een team kunt hebben en waar je op let als je wilt beginnen.
Het veld en het doel
Een handbalveld is 40 meter lang en 20 meter breed. Aan beide kanten staat een doel van 3 meter breed en 2 meter hoog. Rond elk doel ligt een halfrond gebied met een straal van ongeveer 6 meter: de cirkel. Alleen de keeper mag daarin staan. Aanvallers mogen wel boven de cirkel springen en schieten, zolang ze de bal hebben losgelaten voordat ze landen.
Op 9 meter van het doel ligt een stippellijn. Vanaf die lijn worden vrije worpen genomen na overtredingen in de buurt van de cirkel.
Elk team heeft zeven spelers op het veld: zes veldspelers en een keeper. Wisselen mag onbeperkt en gebeurt tijdens het spel, via een wisselzone langs de zijlijn. Een wedstrijd bij volwassenen duurt twee keer dertig minuten.
De regels die het spel bepalen
Je hoeft niet alles uit je hoofd te kennen om mee te kunnen doen. Deze regels zie je in elke wedstrijd terug:
- Drie stappen. Met de bal in je handen mag je maximaal drie stappen zetten.
- Drie seconden. Je mag de bal maximaal drie seconden vasthouden. Daarna moet je passen, schieten of dribbelen.
- Niet twee keer dribbelen. Je mag de bal stuiteren, maar als je hem weer vastpakt, mag je niet opnieuw beginnen met dribbelen.
- Geen voeten. Veldspelers mogen de bal niet met hun voet of onderbeen spelen. De keeper mag dat wel, binnen de cirkel.
- Passief spel. Een team mag niet eindeloos de bal rondspelen zonder te proberen te scoren. Ziet de scheidsrechter dat gebeuren, dan volgt een waarschuwing en kan de bal naar de tegenpartij gaan.
Wordt een duidelijke scoringskans met een overtreding verhinderd, dan volgt een 7-meterworp: een vrije worp op de keeper, van zeven meter afstand. Voor zwaardere of herhaalde overtredingen kan een speler een tijdstraf van twee minuten krijgen. Zijn team speelt die tijd met een speler minder.
Hoe fysiek is handbal?
Eerlijk is eerlijk: handbal is een contactsport. Verdedigers mogen een aanvaller blokkeren met hun lichaam, van voren. Vasthouden, duwen, slaan of iemand van achteren aanvallen is niet toegestaan, maar botsingen horen bij het spel. Je moet het dus niet erg vinden om af en toe stevig geraakt te worden, en om zelf ook stevig te staan.
Tegelijk is het geen ruwe sport zonder grenzen. De regels zijn duidelijk en scheidsrechters treden op tegen gevaarlijk spel. Bij de jeugd ligt de nadruk eerst op balvaardigheid en spelinzicht; het verdedigen met het lichaam komt geleidelijk.
Welke posities zijn er?
In de aanval heeft elke speler een eigen plek. Die bepaalt wat je in een wedstrijd vooral doet:
- Keeper. Staat in de cirkel en mag de bal met het hele lichaam tegenhouden. Een aparte rol, met eigen trainingen.
- Hoekspelers. Spelen links en rechts aan de zijkant. Vaak snel en wendbaar, met schoten vanuit een lastige hoek.
- Opbouwers. Spelen links en rechts op afstand, rond de 9 meter. Vaak de spelers met het hardste schot.
- Spelverdeler. Staat in het midden en zet de aanval op. Overzicht en goede passes zijn hier belangrijk.
- Cirkelspeler. Staat tussen de verdedigers aan de rand van de cirkel, blokt ruimte vrij en moet de bal in drukte kunnen vangen.
Bij beginners wisselen posities vaak nog, zodat je alles een keer probeert. Het is ook een sport waarin verschillende lichaamsbouwen een plek hebben: kleine, snelle spelers op de hoek, lange spelers in de opbouw, stevige spelers aan de cirkel.
Handbal voor kinderen
Kinderen kunnen al op jonge leeftijd beginnen. De jongsten spelen met een kleinere en zachtere bal, op een kleiner veld en met minder spelers, zodat iedereen veel aan de bal komt. Trainingen bestaan vooral uit gooien, vangen, rennen en spelletjes.
Handbal is een goede keuze voor kinderen die van snelheid houden, graag gooien en niet terugschrikken voor een beetje duwen en trekken. Kinderen die liever geen lichamelijk contact hebben, voelen zich misschien beter thuis bij korfbal of volleybal. Over die sporten lees je meer in korfbal uitgelegd en volleybal voor beginners.
Beginnen als volwassene
Ook als volwassene kun je met handbal starten, al is het een sport waarin techniek en spelinzicht tijd kosten. Veel clubs hebben recreantenteams waar het tempo lager ligt en waar beginners en mensen die vroeger hebben gespeeld samen trainen. Bij competitieteams verschilt het per club of er plek is voor iemand zonder ervaring.
Handbal vraagt een redelijke basisconditie: korte sprints, veel richtingsveranderingen en sprongen. Ben je lang niet actief geweest, bouw dan eerst wat conditie op en start met één training per week.
Spullen en kosten
Veel heb je niet nodig. De belangrijkste aankoop zijn goede zaalschoenen met grip en steun, omdat je veel draait, remt en springt. Een bitje is niet overal gebruikelijk, maar kan je tanden beschermen. Keepers dragen vaak extra bescherming, zoals een tok.
Op hoger niveau gebruiken spelers soms hars, een kleefmiddel voor meer grip op de bal. In veel sporthallen is dat niet toegestaan, omdat het de vloer en materialen vervuilt. Voor beginners speelt het geen rol.
Wat het kost, verschilt per vereniging en plaats. Als ruwe indicatie:
- Contributie jeugd: ongeveer 120 tot 280 euro per jaar.
- Contributie volwassenen: ongeveer 150 tot 350 euro per jaar.
- Zaalschoenen: ongeveer 50 tot 130 euro.
- Clubtenue: soms via de club inbegrepen, anders een paar tientjes.
Daarbij komt vaak een eenmalig inschrijfgeld en de verwachting dat je af en toe een vrijwilligerstaak doet, zoals fluiten, rijden of een dienst achter de bar. Wat een vereniging je verder oplevert, lees je in sportvereniging of sportschool.
Blessures
Handbal belast vooral enkels, knieën, vingers en de schouder van je werparm. Door het springen, landen en snel van richting veranderen zijn knieën kwetsbaar. Een goede warming-up, sterke beenspieren en leren landen op twee benen helpen om het risico te verkleinen.
Twijfel je of heb je klachten, overleg dan met je huisarts of fysiotherapeut.
Zaal, veld en strand
Het grootste deel van het seizoen speel je in de sporthal, ongeveer van september tot in het voorjaar. Sommige verenigingen spelen in het voor- of najaar ook buiten. In de zomer is er beachhandbal: op zand, met kleinere teams en een eigen puntentelling. Een leuke manier om in de zomermaanden in beweging te blijven.
Wie wil zien hoe handbal op topniveau gespeeld wordt, kan kijken naar het Nederlands vrouwenteam, dat in 2019 wereldkampioen werd. Hun wedstrijden laten goed zien hoe snel en tactisch het spel kan zijn.
Een handbalclub vinden
Handbalverenigingen bij jou in de buurt vind je op de pagina over handbal, of via het aanbod, waar je op je woonplaats kunt zoeken.
De meeste clubs laten je een paar keer gratis meetrainen. Neem zaalschoenen en een bidon mee, en vraag gerust of iemand je de drie-stappenregel even voordoet. Twijfel je nog tussen verschillende sporten, probeer dan de keuzehulp.


